Getuigschrift expeditiekracht
vergroot foto

Expeditieknecht bij japonnenfabriek

Huibert Bronkhorst
Toen ik 16 jaar was kwam ik te werken bij De Groot. Het was een Joodse firma die leverde aan de meest vooraanstaande zaken door het hele land. Er was een mantelafdeling, een bontafdeling en en japonnenafdeling. De japonnenafdeling had een aantal thuiswerkers in dienst. Er was een afname-juffrouw die de aanname en het werk van de thuiswerkers controleerde. De meeste werknemers waren joods; buiten mijzelf waren alleen de medewerkers van de japonnenafdeling niet-joods, op de verkoper na (Meneer Barber). Sommige klanten kwamen naar de zaak, waar de japonnen werden geshowd door een pasdame. Ze hadden ook veel vluchtelingen uit Oostenrijk en Duitsland in dienst; joodse mensen die voor het nazisme gevlucht waren. Ik had gevarieerd werk: soms moest ik fournituren halen bij De Bijenkorf, omdat de thuiswerksters materiaal tekort kwamen. Of ik moest naar de douane, in het Centraal Station, om fournituren (glazen knopen e. d.) uit Tsjechoslowakije in te klaren. Zo nu en dan moest ik naar de Kamer van Koophandel, in de Beurs van Berlage, om bepaalde zaken in orde te maken. Een keer moest ik zelfs het geld voor de salarissen ophalen bij de Bank, omdat degene die dat altijd deed ziek was. Ik kreeg een tas mee die met een ketting om mijn middel was vastgemaakt. Verder moest ik de zendingen klaar maken; de doos in elkaar zetten, zijdepapier erin, dan de japonnen erin, en de doos dichtmaken met touw. Dan moest ik het afgeven bij Van Gent en Loos: een dependance zat bij het Kolkje, aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal. Ik reed op een transportfiets zonder remmen, een zogenaamde doortrapper. Voorop zat een bagagedrager, waarop de dozen hoog opgetast werden; soms kon ik er nauwelijks overheen kijken.
Verhalen van Vroeger is een initiatief van Stichting Tijdgeest